Bij het woord ‘hoogbegaafd’ denken veel mensen nog steeds in eerste instantie aan een IQ dat boven de 130 ligt. Maar in werkelijkheid is het een combinatie van veel meer eigenschappen die een hoogbegaafd kind nét even anders maakt. Iedere maand zetten we een eigenschap in het zonnetje. Deze maand: rechtvaardigheidsgevoel.
‘Juf, we kunnen nog niet naar huis, je had ons beloofd een hoofdstuk voor te lezen en dat heb je nog niet gedaan.’ De docenten op Sanyu moeten op hun woorden letten. Want heilige verontwaardiging golft de klas door als er sprake is van niet nagekomen beloften of onrechtvaardigheid. Thuis gaat het al net zo, kindlief wil bijvoorbeeld beslist precies evenveel pannenkoeken als broer- of zuslief.
En dat gaat dan nog maar om kleinigheden. Hoogbegaafde kinderen trekken zich vaak het wereldleed bovengemiddeld sterk aan. Ouders verwensen soms het Jeugdjournaal of de Kidsweek als hun kind weer eens niet in slaap kan komen. Of wat te denken van een jochie dat echt dagelijks te laat of helemaal niet op school zou aankomen omdat hij al het afval op de route naar school zou willen oprapen: ‘Dat kunnen dieren inslikken en dan gaan ze dood!’
Het kost opvoeders tijd en geduld om te schipperen tussen het écht horen van deze kinderen én het stellen van grenzen. ‘Ja, het is heel verdrietig dat er zoveel troep op straat ligt. Nee, we kunnen niet stoppen nu, want je moet naar school. Laten we vanmiddag met prikstokken op pad gaan, en misschien kun je een spreekbeurt houden over afval in de natuur.’ Het is ten diepste een mooie eigenschap, die heilige verontwaardiging, waar je veel mee kunt bereiken.